Bløfsum

Spijt heb je morgen maar. De stilte en de droogte, en de leegte van dit hier. Toch ga ik hier niet weg. Boven m’n hoofd zie ik de grijze wolken. Kom je steeds weer terug. Neem alleen mee wat je dragen moet en waar je. Neem me mee vannacht.

Daar boven op de toren. Is het bluf dat ik je zoen. Als het overal stil is. Onverwacht ik zag je en herkende je meteen. Alsof ik altijd maar moet weten wat jij denkt. Werd al zwoeler en je zwaaide. Laat je me nog gaan. Kijk even naar elkaar. Je bent meer dan ik verdien. Ik ben niet verliefd. Streep mijn naam maar weg. Je bent mooier. Opnieuw geboren. Lange tijd hield ik mijn adem in.

Herdenk ik jou en mij. En moedeloos vannacht. Was alles in mijn hoofd en in mijn hart. Kom dichterbij - kom dichterbij. En ik vergeet. Maar het lijkt of ik mezelf al niet meer ken. Geef me de tijd om mezelf terug te vinden.

Ze heeft de duivel in het bloed. Meer van jou met heel m'n ziel en zaligheid. Zo hard. Ik zei dat ik voor haar wou sterven. En wij fantaseren onszelf. Blijf zoals nu. Je zoekt naar de bril waar je door kijkt. Ik merk als in een droom. Alle mooie woorden. Dus je bewaart hem in een doos. Heb ik naast me neergelegd.

Omdat ze nooit kan kiezen. Kom drinken, kom vrijen. Zo stil en raadselachtig. Zonder of met pech. Tot het bittere eind. En geen haat. Geen naam kunt geven. Lach je me toe en je neemt mijn lot in handen. Wij zitten hier in het gammele strandhuis. In het grote geheel kopje onder gaan. Want ze maken mij wel wakker. Van liefde en drank. Nog steeds op mij alleen.

Vernieuwen